Wetsvoorstel Incassokosten

In de afgelopen jaren is een discussie op gang gekomen over de wijze waarop incassobureaus te werk gaan en over de tarieven die zij hanteren voor de inning van vorderingen. Zo hebben diverse tv-programma’s, maar ook tijdschriften en kranten, regelmatig bericht over de praktijken van sommige incassobureaus. Daarbij zijn meerdere keren vermeende misstanden aan de kaak gesteld. Daardoor is de wens ontstaan de werkwijzen en de tarieven van incassobureaus meer te reguleren. Deze wens is inmiddels ook tot de politiek doorgedrongen.

Één van de oplossingen die door de politiek is voorgesteld, is het wettelijk vastleggen van de tarieven die incassobureaus mogen hanteren bij het innen van vorderingen. Nu gebruiken veel incassobureaus en bedrijven nog eigen tarieven, die soms gelijk zijn aan een aanzienlijk deel van de te innen vordering.

Het is dan ook de bedoeling dat op korte termijn – men hoopt tegelijkertijd met de invoering van de verhoging van de kantonrechterscompetentiegrens naar € 25.000,00 – een wet wordt ingevoerd, waarmee de tarieven die incassobureaus mogen hanteren voor de inning van vorderingen, wettelijk worden geregeld. Inmiddels heeft de Minister van Justitie een wetsvoorstel hierover aan de Tweede Kamer voorgelegd.

Inhoud wetsvoorstel

In het wetsvoorstel wordt een wettelijke basis gecreëerd voor een zogenoemde Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), waarin de hoogte van de incassotarieven wordt vastgelegd. Op deze wijze beoogt men te bewerkstelligen dat consumenten en kleine bedrijven beter beschermd worden tegen hoge incassotarieven.

In de AMvB is een staffel opgenomen, aan de hand waarvan de incassotarieven worden bepaald. Daarbij geldt dat hoe hoger de vordering is, hoe lager het percentage mag zijn dat door het incassobureau gebruikt wordt. Het is de bedoeling dat incassobureaus deze staffel gaan gebruiken bij het innen van een vordering, ongeacht de vraag wat voor vordering het betreft. Overigens gaat de staffel slechts tot € 25.000,-; de incasso van hogere vorderingen wordt dan ook niet door deze staffel beïnvloed. In die gevallen kan dus alsnog een eigen en eventueel hoger tarief worden gebruikt.

De staffel ziet er als volgt uit:

Vorderingen max:

tot € 2.500: 15% (€ 375)

over de volgende € 2500: 10% (€ 625)

over de volgende € 5000: 5% (€ 875)

over de volgende € 15.000: 1 % (€1.025)

Minimaal: € 40,00.

Daarbij geldt dat het genoemde percentage het percentage van de vordering is, dat maximaal door incassobureau mag worden gevorderd voor de vergoeding van de incassowerkzaamheden.

Om te bewerkstelligen dat deze incassotarieven ook daadwerkelijk zullen worden gehanteerd, heeft de minister in het wetsvoorstel laten opnemen dat het niet toegestaan is om van deze staffel af te wijken. Mochten bedrijven of incassobureaus dat toch doen, bijvoorbeeld door in hun algemene voorwaarden af te wijken van deze staffel, dan kunnen deze bedingen als ‘onredelijk bezwarend’ worden aangemerkt en door burgers, maar ook door consumentenorganisaties als de Consumentenbond, worden vernietigd. Volgens de minister zal op die manier worden bewerkstelligd dat de wettelijke incassotarieven ook daadwerkelijk worden toegepast.

Wat betekent dit nu concreet voor u?

Voor de consument is dit in beginsel goed nieuws. Immers, wanneer het wetsvoorstel wordt aangenomen, dan zal hij niet meer worden geconfronteerd met verschillende incassotarieven, die vaak – afgemeten tegen de hoogte van de vordering – aanzienlijk zijn.

Voor bedrijven en incassobureaus betekent het wetsvoorstel echter dat zij mogelijk hun incassotarieven dienen bij te stellen. Bovendien is het mogelijk dat zij hun contracten en hun algemene voorwaarden hierop zullen moeten nalopen. Immers, wanneer in de algemene voorwaarden van uw bedrijf een bepaling is opgenomen over de te vorderen incassokosten, dan is het goed mogelijk dat die bepaling vanaf volgend jaar niet meer rechtsgeldig is. Het is dan ook aan te raden om uw algemene voorwaarden hierop na te lopen en zonodig aan te passen.

Als gezegd betreft het hier op dit moment slechts nog een wetsvoorstel. Het is dan ook goed mogelijk dat in de uiteindelijke regeling nog diverse wijzigingen zullen worden aangebracht. Wij houden u op de hoogte!


De Japanse duizendknoop: invasieve exoot vormt ook juridisch een probleem

“Japanse duizendknoop”, voer het in op Google en er verschijnen talloze artikelen. Een uitzending van het tv-programma Pointer geeft een dramatisch beeld van de problematiek. Voor meerdere gemeenten, ontwikkelaars en particuliere kopers van huizen is de plant inmiddels een ware…
07 oktober 2021

Biedt de Wet opkoopbescherming en tijdelijke verhuur in tijden van krapte op de woning markt een oplossing? (Deel 2: tijdelijke verhuur)

1. Inleiding In dit tweede deel van het tweeluik over de Wet opkoopbescherming en tijdelijke verhuur (hierna: de Wet) zullen wij ingaan op de tijdelijke verhuur. 2. Tijdelijke verhuur In de Wet was een mogelijkheid opgenomen tijdelijke huurovereenkomsten voor zelfstandige…
20 september 2021

Biedt de Wet opkoopbescherming en tijdelijke verhuur in tijden van krapte op de woning markt een oplossing? (Deel 1: opkoopbescherming)

1. Inleiding “Grote steden willen opkopers van woningen in alle wijken weren” kopte de NOS.[1] Naar aanleiding van een wetswijziging die op 1 januari 2022 van kracht gaat, wordt het mogelijk voor gemeenten om wijken aan te wijzen waar geen…
03 september 2021

Aanmelden nieuwsbrief

Ja, ik hoor het graag als Van Riet iets publiceert