Wanneer zijn bestuurders persoonlijk aansprakelijk tegenover schuldeisers van de vennootschap?

Wanneer zijn bestuurders persoonlijk aansprakelijk tegenover schuldeisers van de vennootschap?

Deze vraag werd op 23 oktober 2019 voorgelegd aan de Rechtbank Limburg in een zaak waarin de bestuurders hadden laten gebeuren dat Bouwcare Benelux B.V. verbintenissen aanging die zij niet kon nakomen.

Eisers in deze zaak hebben Bouwcare opdracht gegeven voor de bouw van een woning. Bouwcare is wel met de bouw begonnen, maar kwam gaandeweg de gemaakte afspraken niet meer na. Daarom hebben eisers de aannemingsovereenkomst beëindigd. Eisers hadden op dat moment in totaal € 153.262,90 aan Bouwcare betaald. Het ging om twee termijnbetalingen en daarnaast had Bouwcare eisers een extra factuur laten betalen voor de bestelling van stenen. De onafgemaakte woning die Bouwcare had gebouwd was echter slechts € 65.808,74 waard.

Eisers wilden dat Bouwcare het bedrag dat zij te veel hadden betaald, zou terugbetalen. Daarnaast wilden eisers dat Bouwcare de extra kosten die zij gemaakt hebben doordat Bouwcare haar verplichtingen niet nakwam, zou vergoeden. Bouwcare is ondertussen echter in staat van faillissement verklaard, zodat daar niks meer te halen valt.

Eisers vinden dat de opvolgend bestuurders van Bouwcare hebben veroorzaakt dat Bouwcare de afspraken niet is nagekomen en de daardoor ontstane schade niet kan vergoeden. Daarom willen eisers dat de bestuurders persoonlijk worden veroordeeld om de schade aan hen te vergoeden.

De rechtbank geeft eisers gelijk.

Onder toepassing van de maatstaven die zijn neergelegd in:

  1. Beklamel (HR 6 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB9521): bij het aangaan van de verbintenis wisten de bestuurders althans behoorden zij te begrijpen dat eisers als gevolg van hun handelen schade zouden lijden; en
  2. Ontvanger/Roelofen (HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758): de bestuurders hebben bewerkstelligd althans toegelaten dat Bouwcare haar contractuele verplichtingen niet nakwam;

concludeert de rechtbank dat het handelen van de bestuurders van Bouwcare zodanig onzorgvuldig is dat hen daarvan een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt, zodat zij persoonlijk aansprakelijk zijn voor de door eisers geleden schade. De rechtbank komt tot dit oordeel vanwege de volgende feiten en omstandigheden.

Hetgeen is voorgevallen, blijkt typerend te zijn voor de werkwijze van de bestuurders van Bouwcare. Gebleken is namelijk dat zij meerdere bedrijven hebben gehad die failliet zijn gegaan. In die faillissementen zijn verschillende curatoren aangesteld die afzonderlijk van elkaar hebben geconstateerd dat een (indirect) bestuurder ‘zijn’ vennootschap bewust heeft gebruikt om opdrachten binnen te halen en gelden te incasseren, terwijl hij niet van plan was de door de vennootschap aangegane verplichtingen (naar behoren) na te komen. Vervolgens wordt de bestuurder gewisseld, waarna de vennootschap failliet gaat. De opdrachtgevers blijven daardoor achter met niet-verhaalbare schade. Dit is ook wat bij Bouwcare is voorgevallen.

Zo heeft de oorspronkelijke (indirect) bestuurder (die ook enig aandeelhouder was) direct aan het begin van de werkzaamheden betalingen bij eisers geïnd. Ook heeft hij eisers voorgespiegeld dat er een aanbetaling moest worden gedaan voor de bestelling van stenen omdat de fabrikant die anders niet in productie zou nemen. Onder dat voorwendsel heeft de bestuurder eisers een extra factuur laten betalen, maar Bouwcare heeft de stenen nooit besteld. Daar komt bij dat de onderaannemers van Bouwcare niet werden betaald, waardoor enorme vertraging ontstond en de afgesproken opleveringsdatum nooit kon worden gehaald. Nadat de overeenkomst door eisers gedeeltelijk is ontbonden, de vooruitbetaalde bedragen zijn teruggevorderd en een voorbehoud is gemaakt aanvullende schadevergoeding te vorderen, is van bestuurder gewisseld en zijn de aandelen overgedragen. Korte tijd daarna werd het faillissement aangevraagd.

Deze gang van zaken maakt dat de rechtbank vindt dat zowel de oorspronkelijke (indirect) bestuurder als de opvolgende (indirect) bestuurder, die voor de bestuurswisseling naar het oordeel van de rechtbank feitelijk beleidsbepaler was, persoonlijk heeft laten gebeuren dat Bouwcare allerlei afspraken maakte die de bestuurders niet van plan waren na te komen en dat Bouwcare failliet is gegaan. Daarom zijn de bestuurders persoonlijk aansprakelijk voor de schade die eisers daardoor hebben geleden.

De bestuurders moeten aan eisers betalen wat zij méér hebben betaald dan de onafgemaakte woning waard was. Ook de kosten van de deskundige die de waarde van de onafgemaakte woning heeft bepaald moeten worden vergoed. De overige schadeclaims (o.a. extra huur- en opslagkosten en hogere kosten doordat de woning door een andere aannemer moest worden afgebouwd) zijn afgewezen omdat deze door eisers onvoldoende zijn onderbouwd.

Deze bijdrage verscheen eerder op INS Updates (nummer 13 2019).
De volledige uitspraak is terug te lezen op Rechtspraak.nl.


Noodwet COVID-19 voor BV’s en NV’s

Op 8 april 2020 is aan de 2e Kamer de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid voorgesteld. Deze wet maakt het onder meer mogelijk om aandeelhoudersvergaderingen te houden door middel van videobellen. De verwachting is dat de noodwet snel door…
09 april 2020

Handleiding NOW-regeling – update d.d. 6 april 2020

Op 31 maart 2020 is de tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (“NOW-regeling”) gepubliceerd. De aanleiding voor de NOW-regeling is de uitbraak van het coronavirus en de vergaande gevolgen daarvan voor de economie en de arbeidsmarkt in het bijzonder.…
31 maart 2020

Praktische Coronamaatregelen in VvE-complexen

Door: Sven van Kats en Pieternel Oosterhof De uitbraak van het coronavirus in Nederland heeft een grote impact op onze de samenleving. Het coronavirus verspreidt zich – voor zover bekend – voornamelijk van mens op mens. Plaatsen waar grote groepen…
31 maart 2020

Aanmelden nieuwsbrief

Ja, ik hoor het graag als Van Riet iets publiceert