Valkuilen bij verkoop van zorgvastgoed

Valkuilen bij verkoop van zorgvastgoed

De verkoop van zorgvastgoed lijkt op het eerste gezicht juridisch gelijk aan dat van welk gebouw dan ook. Toch is dat vaak niet het geval. Regelmatig komen de betrokken partijen er laat in het verkoopproces achter dat voorafgaand aan de verkoop hiervan eerst melding bij het College sanering zorginstellingen (CSZ) gemaakt dient te worden als het betreffende vastgoed niet meer blijvend voor de verkopende instelling gebruikt zal worden. Deze verplichting volgt uit artikel 18 Wet toelating zorginstellingen (WTZi).

Reikwijdte

Deze verplichting geldt niet alleen voor zorginstellingen die voornemens zijn zorgvastgoed te verkopen zonder dat zij het in gebruik houden, maar ook voor een zorginstelling die “voornemens is om gebouwen of terreinen, of delen daarvan, blijvend niet meer voor de instelling te gebruiken’, aldus de WTZi. Ook verhuur valt hieronder. De uitvoering van een sale-and-lease-back constructie valt niet onder deze regeling, aangezien de zorginstelling na verkoop als huurder de zorglocatie zal blijven gebruiken. Op de verkoop van de zorglocatie door de nieuwe eigenaar na een sale-and-lease-back is artikel 18 WTZi vervolgens niet meer van toepassing. Dat maakt dat deze regeling niet waterdicht is. Ten behoeve van de leesbaarheid houdt ik hieronder uitsluitend de verkoop van een zorglocatie door een zorginstelling aan.

Procedure

Na ontvangst van het verzoek van de zorginstelling beslist het CSZ binnen acht weken of voor de beoogde verkoop toestemming van het CSZ vereist is. Beslist het CSZ dat voor de vervreemding van het object haar toestemming vereist is, dan wordt deze toestemming pas verstrekt indien de transactie voldoet aan de normen die zijn vastgelegd in de Beleidsregel vervreemding onroerende zaken, College sanering zorginstellingen. Deze normen strekken er met name toe dat niet onnodig geld vanuit de zorgsector wegvloeit doordat zorgvastgoed voor een te lage prijs wordt verkocht. De overheid heeft in veel gevallen immers financieel bijgedragen aan de zorglocatie en tracht hiermee te bewerkstelligen dat deze waarde in het bezit van de zorginstellingen blijft.

Afhankelijk van de feitelijke situatie kan de zorginstelling de zorglocatie één-op-één aan een andere partij verkopen of openbaar aan de markt aanbieden. In alle gevallen houdt het CSZ toezicht op dit proces met als doelstelling om minimaal een marktconforme opbrengst voor de verkopende zorginstelling te realiseren. Geadviseerd wordt om de verkoop goed voor te bereiden en op een vroeg moment contact te zoeken met een gespecialiseerde jurist en het CSZ.

Sanctie

Indien in strijd met artikel 18 WTZi een rechtshandeling wordt verricht, dan is deze vernietigbaar. Vernietiging van de rechtshandeling heeft terugwerkende kracht. Uitsluitend het CSZ kan de vernietiging inroepen. Het inroepen van de vernietiging is overigens een discretionaire bevoegdheid van het CSZ.

Toekomst onzeker

Of het toestemmingsvereiste zoals hierboven beschreven nog lang zal voortduren is onzeker. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft in een Kamerbrief van 9 maart 2016 voorgesteld om artikel 18 WTZi te schrappen. Of de schrapping werkelijk zal gaan plaatsvinden is echter nog de vraag. Na kritiek vanuit verschillende hoeken, heeft de Minister het voorstel tot nadere orde ter bestudering buiten de Tweede Kamer geparkeerd.

Tot die tijd is het zaak om de overeenkomsten tot verkoop van zorgvastgoed goed af te stemmen, op de WTZi zodat partijen niet tussen wal en schip belanden.


Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) is van tafel. Hoe krijg ik mijn project toch van de grond?

Het PAS is niet meer. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft daar op 29 mei 2019 korte metten mee gemaakt. De gevolgen voor plannen en projecten die effect hebben op de stikstofdepositie van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden –…
29 juli 2019

Inhouden (termijn)betalingen in de bouw door een professionele opdrachtgever, wanneer mag dat?

Wanneer tussen de aannemer en de opdrachtgever een geschil ontstaat tijdens de bouw is een opdrachtgever vaak geneigd om de (termijn)betalingen niet te voldoen. Daarmee beroep de opdrachtgever zich op een opschortingsrecht. Maar mogen de (termijn)betalingen wel tijdens de bouw…

Werknemer niet beter af bij wetsvoorstel ‘Overgang van onderneming in Faillissement’

Deze week is het wetsvoorstel ‘Overgang van onderneming in Faillissement’ voorgelegd. Doel van het wetsvoorstel is om de positie van werknemers bij een doorstart in faillissement te verbeteren. Dat klinkt sympathiek. Maar of de regeling uiteindelijk gunstig uitpakt? Dat dient…

Aanmelden nieuwsbrief

Ja, ik hoor het graag als Van Riet iets publiceert