Turboliquidatie

Tegenwoordig wordt meer dan tweederde van de BV’s ontbonden via een turboliquidatie. Voordat wordt overgegaan tot de turboliquidatie worden de activiteiten gestaakt of overgedragen en ook de activa worden verkocht. Nadat dan de schulden zijn voldaan en eventueel resterend saldo  is uitgekeerd resteert een lege rechtspersoon. Deze wordt bij turboliquidatie in principe door een besluit van de algemene vergadering ontbonden, of bij een stichting door een besluit van het bestuur. Zijn er op het tijdstip van de ontbinding geen baten meer, dan houdt de rechtspersoon op dat moment op te bestaan. Na een opgaaf daarvan bij het handelsregister is het dan klaar. De BV of stichting bestaat niet meer.

Zou de “klassieke” route met vereffening worden gevolgd dan nemen de aandeelhouders van een BV een ontbindingsbesluit en wordt een vereffenaar aangesteld. Meestal is dat de directie die krachtens  de statuten van de vennootschap de vereffening uitvoert. Ook dan worden de activiteiten gestaakt of overgedragen en de activa verkocht waarna de vereffenaar de crediteuren dient te voldoen en een eventueel batig saldo uitkeert (conform de statuten). Blijkt de vereffenaar dat er vermoedelijk meer schulden dan baten zijn dan moet hij in principe het faillissement aanvragen. Tenzij het  lukt om alle crediteuren te laten instemmen met een afwikkeling buiten faillissement.

Geen baten, maar wel schulden

Waar we zien dat in de klassieke route de vereffenaar bij een schuldenoverschot het faillissement van de BV dient aan te vragen, kan er ook bij de route naar een turboliquidatie blijken dat er meer schulden dan baten zijn. Hoe daar dan mee om te gaan?

Zouden er in het geheel geen baten meer resteren, maar nog wel schulden dan blijft het mogelijk de rechtspersoon te ontbinden zonder vereffening. Ook dan houdt hij op te bestaan. De wet (artikel 2:19 lid 4 BW) stelt namelijk enkel als voorwaarde dat er geen baten zijn, maar zegt niets over schulden. Zonder gevaar voor de bestuurders is dit echter niet!

In de praktijk blijkt dat crediteuren meestal geen actie nemen tegen een eenmaal ontbonden rechtspersoon en haar (voormalig) bestuurders. Dat is ook niet zo makkelijk. Het gevaar schuilt in het volgende: Schuldeisers of een andere belanghebbende kunnen via de rechtbank een verzoek doen de vereffening te heropenen of alsnog het faillissement van de rechtspersoon aanvragen. Wel zal dan (summierlijk) dienen te blijken dat er baten zijn of zijn te verwachten. Die informatie om dat aan te tonen moet er dan wel zijn bij de aanvrager. Kan niet worden aangetoond dat er baten zijn (te verwachten) dan blijft de rechtspersoon ontbonden.

Toch baten?

Zo gemakkelijk komt de bestuurder er niet altijd mee weg. Soms zijn er toch nog baten: vergeten actief of nagekomen gelden van een failliete debiteur. De baten kunnen ook ontstaan omdat een bestuurder met succes aansprakelijk kan worden gesteld of omdat er aanwijzingen zijn dat activa tegen een te lage prijs zijn vervreemd. Dit was recent nog het geval in een uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 1 februari 2016. Volgens vaste jurisprudentie kan een ontbonden rechtspersoon ook herleven in een procedure tot faillietverklaring als summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat er nog baten zijn en als ook aan de overige vereisten van faillietverklaring is voldaan. Wordt dat faillissement uitgesproken dan zal een curator deze paulianeuze transacties kunnen vernietigen en bestuurders aansprakelijk kunnen stellen.

Dat het zover moet komen is voor een schuldeiser niet altijd nodig: heeft hij aanwijzingen dat een rechtspersoon oneigenlijk is geliquideerd dan blijkt een bestuurder vaak wel gevoelig voor die dreiging van faillissement en zijn (potentiële) aansprakelijkheid. In de praktijk is men nog wel eens bereid dan alsnog een schuld te voldoen (om erger te voorkomen).

Conclusie

Een turboliquidatie wordt vaak toegepast en dat levert niet vaak problemen op. Het is snel, zonder veel formaliteiten. Zijn er echter bij de ontbinding nog schulden aanwezig dan is voorzichtigheid geboden!


Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) is van tafel. Hoe krijg ik mijn project toch van de grond?

Het PAS is niet meer. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft daar op 29 mei 2019 korte metten mee gemaakt. De gevolgen voor plannen en projecten die effect hebben op de stikstofdepositie van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden –…
29 juli 2019

Inhouden (termijn)betalingen in de bouw door een professionele opdrachtgever, wanneer mag dat?

Wanneer tussen de aannemer en de opdrachtgever een geschil ontstaat tijdens de bouw is een opdrachtgever vaak geneigd om de (termijn)betalingen niet te voldoen. Daarmee beroep de opdrachtgever zich op een opschortingsrecht. Maar mogen de (termijn)betalingen wel tijdens de bouw…

Werknemer niet beter af bij wetsvoorstel ‘Overgang van onderneming in Faillissement’

Deze week is het wetsvoorstel ‘Overgang van onderneming in Faillissement’ voorgelegd. Doel van het wetsvoorstel is om de positie van werknemers bij een doorstart in faillissement te verbeteren. Dat klinkt sympathiek. Maar of de regeling uiteindelijk gunstig uitpakt? Dat dient…

Aanmelden nieuwsbrief

Ja, ik hoor het graag als Van Riet iets publiceert