Schade huurder geen gevolg van planologische wijziging

In de onderhavige zaak doet zich de situatie voor dat een sportvereniging, die een sportterrein met onder meer kleedlokalen en een voetbalkantine huurde, een verzoek heeft ingediend om vergoeding van geleden planschade. Als gevolg van de bestemmingsplanontwikkeling “Suytkade” heeft de verhuurder namelijk de huurovereenkomst met de sportvereniging opgezegd, waardoor de sportvereniging op last van de kantonrechter op 9 juli 2002 het sportterrein heeft ontruimd. Op 31 januari 2005 is het bestemmingsplan “Suytkade” in werking getreden.

Burgemeester en wethouders van Helmond wijzen het verzoek af. Daartegen maakt de sportvereniging bezwaar. Dat bezwaar wordt ongegrond verklaard, evenals het beroep bij de rechtbank ‘s – Hertogenbosch (hierna: de rechtbank). Derhalve stelt de sportvereniging hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling).

De sportvereniging stelt dat zij als huurder in een zakenrechtelijke verhouding tot het betreffende perceel heeft gestaan en de huuropzegging alleen is geïnitieerd op grond van de bestemmingsplanontwikkeling “Suytkade”, waardoor deze moet worden gezien als schadefeit.

De Afdeling overweegt daarop dat de schade die de sportvereniging stelt te lijden niet het gevolg is van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan “Suytkade” op 31 januari 2005, maar van de opzegging van de huurovereenkomst met gelijktijdige aanzegging tot ontruiming door de verhuurder. Dergelijk schade komt volgens de Afdeling niet voor vergoeding in aanmerking op grond van artikel 49 WRO, nu die bepaling slechts voorziet in een vergoeding voor zover blijkt dat schade wordt geleden ten gevolge van de bepalingen van een bestemmingsplan. Dat de huurovereenkomst is ontbonden met het oog op de ontwikkeling van een nieuwe stadswijk, ten behoeve van welke ontwikkeling ook het bestemmingsplan werd gewijzigd, maakt niet dat de schade die de sportvereniging stelt te lijden in een rechtstreeks verband staat met de planwijziging. De Afdeling verklaart het hoger beroep dan ook ongegrond.

LJN BR0494, zaak nr. 201010832/1/H2, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 6 juli 2011


Ontbinding wegens verstoorde arbeidsverhouding ziekenhuis en arts; met toekenning billijke vergoeding van € 375.000,- bruto

Een arts wordt in augustus 2019 op non-actief gesteld nu zij gedurende een periode niet geregistreerd is geweest in het voor haar bedoelde verplichte register en er twijfels zijn of zij ooit BIG geregistreerd is geweest. Het ziekenhuis is daarnaast…
27 juni 2022

Het einde van de grondentrechter, maar voor welke zaken?

Sinds het Varkens in Nood-arrest van het Europese Hof van Justitie[1] wordt er ook in de Nederlandse rechtspraak een discussie gevoerd over de verruimde toegang tot de rechter. Deze discussie heeft zich onder andere gericht op (het verlaten van) de…
15 juni 2022

Hebben gemeenten een vinger in de pap bij de bouw van sociale huurwoningen?

De woningmarkt loopt over. Het aantal inwoners stijgt en door de oorlog in Oekraïne stijgt ook het aantal vluchtelingen in Nederland. Er bestaan lange wachtlijsten. Op het nieuws is regelmatig te zien dat asielzoekers hebben moeten slapen op stoelen in…

Aanmelden nieuwsbrief

Ja, ik hoor het graag als Van Riet iets publiceert