Resulteert een wijziging in de looptijd 3e contract voor bepaalde tijd in een contract voor onbepaalde tijd?

Resulteert een wijziging in de looptijd 3e contract voor bepaalde tijd in een contract voor onbepaalde tijd?

De Rechtbank Noord-Nederland heeft op 12 maart 2014 geoordeeld, dat de wijziging van de looptijd van een derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zes maanden in elf maanden niet moet worden beschouwd als een vierde arbeidsovereenkomst, als gevolg waarvan geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan.

Artikel 7:668a BW bepaalt dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat vanaf de dag dat tussen dezelfde partijen (a) arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar hebben opgevolgd en een periode van 36 maanden hebben overschreden of (b) meer dan 3 voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomsten elkaar hebben opgevolgd.

Dit betekent, dat het opvolgende contract voor bepaalde tijd dat de 3 jaar overschrijdt of het vierde contract voor bepaalde tijd moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Indien de tussenpozen tussen de arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd meer bedragen dan drie maanden, dan begint “de keten” van 36 maanden of 3 arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd opnieuw.

Feiten

De feiten die speelden in de zaak waarover de voorzieningenrechter zich moest buigen zijn als volgt. De werknemer is met ingang van 11 januari 2012 in dienst getreden bij Tekenplus BV voor bepaalde tijd tot 1 juli 2012 in de functie van tekenaar (1e arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd). Op 11 juli 2012 komen partijen een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd overeen, die eindigt op 10 januari 2013 (2e arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd). Vervolgens is tussen de werknemer en Tekenplus BV een derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd overeengekomen met ingang van 10 januari 2013 tot 1 juli 2013.

Op of omstreeks 20 juni 2013 vindt tussen de werknemer en Tekenplus BV een gesprek plaats, waarbij partijen overeenstemming bereiken dat de duur van de derde arbeidsovereenkomst van zes maanden is gewijzigd in elf maanden. Op 2 juli 2013 tekenen de werknemer en Tekenplus BV een verklaring “Wijziging bestaande Arbeidsovereenkomst”. In deze verklaring is onder andere opgenomen:

In aanmerking nemende dat:
Partijen beogen om in deze bestaande arbeidsovereenkomst de looptijd te wijzigen.
Komen het volgende overeen:
De looptijd van de bestaande arbeidsovereenkomst wordt gewijzigd. De gewijzigde looptijd eindigt op 1-12-2013.
Alle overige bepalingen van de arbeidsovereenkomst blijven gehandhaafd. Beëindiging van de arbeidsovereenkomst is dan ook op 1-12-2013 zonder verdere mededeling of schrijven.

Na 1 december 2013 verricht de werknemer geen werkzaamheden meer voor Tekenplus BV en betaalt Tekenplus BV de werknemer ook geen salaris meer. De werknemer dient een aanvraag voor een ww-uitkering in bij het UWV. Het UWV weigert deze uitkering, omdat de wijziging van de derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd erin heeft geresulteerd, dat een vierde arbeidsovereenkomst is ontstaan en dat daardoor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan, die niet op rechtsgeldige wijze per 1 december 2013 is geëindigd.

Kantonrechter

De werknemer wendt zich tot de voorzieningenrechter en vordert in kort geding Tekenplus BV te veroordelen tot betaling van het salaris vanaf 1 december 2013 totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd.

De voorzieningenrechter oordeelt dat partijen bij zowel arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd als voor onbepaalde tijd met wederzijds goedvinden nadere afspraken mogen maken en wijzigingen in de bepalingen van die overeenkomsten mogen aanbrengen. Dat geldt ook voor een wijziging van de duur waarvoor een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan. Indien partijen daartoe (bij herhaling) overgaan, kan (op enig moment) het goed werkgeverschap er toe leiden, dat een tussen werknemer en werkgever gemaakte afspraak niet van toepassing is, voor zover dat in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Het zal van alle omstandigheden van het geval afhangen of hiervan sprake is.

In dit kader overweegt de voorzieningenrechter dat de enkele omstandigheid dat partijen eenmaal zijn overeengekomen, dat de looptijd van de arbeidsovereenkomst van zes maanden in elf maanden wordt gewijzigd niet tot de conclusie leidt dat ervan sprake is dat de gemaakte afspraak (wijziging van de looptijd) niet van toepassing is.

Vervolgens overweegt de voorzieningenrechter dat ook niet is gebleken, dat Tekenplus BV bij het wijzigen van de arbeidsovereenkomst misbruik heeft gemaakt van de omstandigheden. Tekenplus BV heeft in een gesprek op of omstreeks 20 juni 2013 aan de werknemer aangegeven, dat zij onverwacht een grote opdracht heeft gekregen, als gevolg waarvan zij in elk geval tot december 2013 veel tekenwerk moet afleveren. Na overleg met het UWV heeft Tekenplus BV de werknemer aangeboden de duur van de arbeidsovereenkomst te wijzigen. Indien de werknemer hiermee niet akkoord zou gaan, zou de arbeidsovereenkomst tussen partijen van rechtswege eindigen per 1 juli 2013. Werknemer heeft met het voorstel ingestemd. De enkele omstandigheid dat de werknemer dit heeft gedaan, omdat anders reeds op 1 juli 2013 een einde zou zijn gekomen aan de arbeidsrelatie met Tekenplus BV, brengt niet met zich mee, dat de werknemer daarbij op ontoelaatbare wijze onder druk is gezet.

De voorzieningenrechter komt dat ook tot het (voorlopig) oordeel, dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet per 1 juli 2013 is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Hierdoor is de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst op de in de (gewijzigde) arbeidsovereenkomst genoemde datum van 1 december 2013 geëindigd.

Conclusie

Uit deze uitspraak van de voorzieningenrechter blijkt dat het partijen in beginsel is toegestaan de looptijd van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussentijds te wijzigen, zonder dat dat ertoe leidt dat de gewijzigde arbeidsovereenkomst apart moet worden meegeteld in “de keten” van het maximaal aantal toegestane arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Overigens sluit ik niet uit dat andere (Kanton)rechters hierover anders zullen denken.

Klik hier voor: Rechtbank Noord-Nederland, 12 maart 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:1252


Tijdelijke Betalingsuitstelwet 2020; de oplossing tegen een domino aan faillissementen?

Inleiding Inmiddels heeft het coronavirus al wereldwijd zijn sporen achter gelaten. Ook in het bedrijfsleven is dat merkbaar. Noodgedwongen hebben veel bedrijven hun bedrijfsvoering (tijdelijk) drastisch moeten wijzigen of zelfs moeten staken. Hierdoor kunnen bedrijven problemen krijgen met de lopende…
04 augustus 2020

Omgevingsrechtelijke aspecten van hoogbouw – deel 2

De ruimte voor binnenstedelijke (her)ontwikkeling wordt schaarser. Vanwege de enorme woningbouwopgave wordt er daarom weer meer gekeken naar uitbreiding. Een alternatief is hoogbouw. Hoogbouw kent specifieke, omgevingsrechtelijke vraagstukken die bij andere projecten geen of een minder grote rol van betekenis…
06 juli 2020

Omgevingsrechtelijke aspecten van hoogbouw – deel 1

De ruimte voor binnenstedelijke (her)ontwikkeling wordt schaarser. Vanwege de enorme woningbouwopgave wordt er daarom weer meer gekeken naar uitbreiding. Een alternatief is hoogbouw. Hoogbouw kent specifieke, omgevingsrechtelijke vraagstukken die bij andere projecten geen of een minder grote rol van betekenis…
28 juni 2020

Aanmelden nieuwsbrief

Ja, ik hoor het graag als Van Riet iets publiceert