Het recht op een handelsnaam: Hoe zit dat?

Het recht op een handelsnaam: Hoe zit dat?

Een handelsnaam is de naam waaronder een onderneming handel drijft. In Nederland is het ontstaan en de bescherming van handelsnamen al sinds 1921 geregeld in de Handelsnaamwet. Hoewel deze wet relatief oud en weinig gewijzigd is, komen handelsnaamgeschillen nog vaak voor. Een handelsnaam kan namelijk een bepaalde waarde hebben voor een onderneming. In dit artikel vindt u daarom een inkijkje in het handelsnaamrecht.

Hoe ontstaat een handelsnaamrecht?

Een handelsnaamrecht ontstaat door feitelijk gebruik: namelijk door de onderneming met een bepaalde naam in het handelsverkeer aan te duiden. Het enkele gebruik van de handelsnaam, bijvoorbeeld op correspondentie die wordt verstuurd, als belettering op het pand of op visitekaartjes, is voldoende om het handelsnaamrecht te doen ontstaan. In sommige gevallen zijn zelfs “voorbereidende handelingen”, zoals een aanvraag voor een vergunning, voldoende.

Belangrijk daarbij is dat een inschrijving van een handelsnaam in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel geen enkele invloed heeft op het ontstaan van het handelsnaamrecht. Een dergelijke inschrijving kan hoogstens een aanwijzing zijn dat een onderneming op de inschrijfdatum al onder die handelsnaam werd gevoerd. Het criterium is altijd of de handelsnaam daadwerkelijk wordt gebruikt in het handelsverkeer.

Verhouding met andere IE-rechten

Het handelsnaamrecht verschilt van andere intellectuele eigendomsrechten (“IE-rechten”) zoals octrooien of merken. Zo geldt voor veel IE-rechten een registratievereiste: als geen of onjuiste registratie heeft plaatsgevonden kan aan dat IE-recht geen bescherming tegen inbreuken door derden worden ontleend. Een dergelijk registratievereiste geldt niet voor een handelsnaamrecht. Verder kunnen met een handelsnaamrecht alleen handelsnamen die bestaan uit tekst worden beschermd. Door de onderneming gebruikte logo’s of lettertypen vertegenwoordigen mogelijk waarde, al dan niet in combinatie met een handelsnaam, maar worden niet beschermd door het handelsnaamrecht. Daarvoor kan het merkenrecht of auteursrecht worden ingezet. Ook is het zo dat een handelsnaam c.q. de bescherming daarvan niet na een bepaalde periode vervalt, zoals het geval is bij een auteursrecht of een octrooi.

Interessant is nog dat een domeinnaam die een handelsnaam bevat, in beginsel zowel via het handelsnaamrecht als via het merkenrecht kan worden beschermd. Om voor bescherming via het handelsnaamrecht in aanmerking te komen is dan wel vereist dat die handelsnaam daadwerkelijk wordt gebruikt in het handelsverkeer, bijvoorbeeld doordat deze op de website die via de domeinnaam toegankelijk is wordt gebruikt, of anderszins duurzaam gebruikt wordt om de onderneming aan te duiden.

Verkopen of in licentie geven

Aangezien een handelsnaam waarde vertegenwoordigt, kan het interessant zijn om deze over te dragen of aan een derde in licentie te geven. Beide opties zijn mogelijk, alhoewel de Handelsnaamwet voor een succesvolle overdracht formeel vereist dat tevens de bijbehorende onderneming wordt overgedragen. In de rechtspraak wordt de lat vaak iets lager gelegd en verlangt de rechter dat in ieder geval een voor de handelsnaam relevant deel van de onderneming mee wordt overgedragen. Een licentie heeft meer het karakter van een “niet-aanvalsverdrag”: de oorspronkelijke rechthebbende spreekt met de licentienemer af dat de handelsnaam onder bepaalde voorwaarden (al dan niet onder exclusiviteit, in een bepaald geografisch gebied en dergelijke) door de licentienemer mag worden gevoerd. Deze constructie zien we vaak bij franchisecontracten.

Bescherming tegen inbreuken

Als het handelsnaamrecht in lijn met de eisen van de wet tot stand is gekomen, kan een derde partij worden verboden diezelfde of een zeer gelijkende handelsnaam (ook) te voeren, mits sprake is van gevaar voor verwarring. Daarvoor wordt onder meer gekeken naar factoren als de aard van de onderneming (gaat het om dezelfde producten of distributiekanalen), geografisch gebied en het voor de onderneming relevante publiek (zo kan bij klanten, maar ook bij toeleveranciers verwarringsgevaar te duchten zijn).

Een interessant voorbeeld is het voetbalstadion Amsterdam Arena: dat werd in eerste instantie verboden om deze handelsnaam te voeren, omdat er reeds een horeca-gelegenheid was in Amsterdam die de handelsnaam eerder voerde. Deze kwestie is uiteindelijk voor een fors bedrag geschikt.


De transitievergoeding: betalen of wachten op actie werknemer?

Als een arbeidsovereenkomst eindigt of niet wordt verlengd op initiatief van de werkgever, dan heeft de werknemer in principe recht op betaling van een transitievergoeding. Werkgevers komen in dat kader voor de vraag te staan of zij die vergoeding uit…
01 november 2019

Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) is van tafel. Hoe krijg ik mijn project toch van de grond?

Het PAS is niet meer. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft daar op 29 mei 2019 korte metten mee gemaakt. De gevolgen voor plannen en projecten die effect hebben op de stikstofdepositie van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden –…
29 juli 2019

Inhouden (termijn)betalingen in de bouw door een professionele opdrachtgever, wanneer mag dat?

Wanneer tussen de aannemer en de opdrachtgever een geschil ontstaat tijdens de bouw is een opdrachtgever vaak geneigd om de (termijn)betalingen niet te voldoen. Daarmee beroep de opdrachtgever zich op een opschortingsrecht. Maar mogen de (termijn)betalingen wel tijdens de bouw…

Aanmelden nieuwsbrief

Ja, ik hoor het graag als Van Riet iets publiceert