Overkreditering? Hypotheekverstrekkers opgelet. Aansprakelijkheid ligt op de loer

Overkreditering? Hypotheekverstrekkers opgelet. Aansprakelijkheid ligt op de loer

Dat banken een zorgplicht in acht dienen te nemen bij het verstrekken en het beëindigen van financiering is sinds het arrest Rabobank/Aarding uit 2003 (voor de liefhebber: Hof Arnhem 18 februari 2003) veelvuldig herhaald in de (lagere) jurisprudentie. Het aardige van het Rabobank/Aarding-arrest is dat het lang als standaardarrest heeft gefungeerd waarbij de criteria die het Gerechtshof toen heeft gecreëerd, jarenlang zijn gebruikt als leidraad voor zowel banken als rechters om te toetsen of een kredietovereenkomst terecht is beëindigd door de bank. In het arrest ING/De Keijzer uit 2014 (JOR 2015/8) heeft de Hoge Raad de kredietbeëindiging echter getoetst aan de overeenkomst zelf en de redelijkheid en billijkheid, welke maatstaf sindsdien wordt gehanteerd.

De reikwijdte van de zorgplicht die op de professionele verstrekker van een hypothecaire lening rust kwam in de laatste maand van 2018 wederom aan bod bij de Hoge Raad.

Wat was er aan de hand?

In 2006 had een echtpaar een nieuwe hypotheek afgesloten waardoor de maandelijkse hypotheeklast voor hun woning circa EUR 1.500 werd. Wat bleek? De door het echtpaar ingeschakelde tussenpersoon had een onjuiste inkomensverklaring van het echtpaar ingediend bij de hypotheekverstrekker. De cijfers waren afkomstig van het echtpaar. In werkelijkheid was het gezamenlijke inkomen een stuk lager. Op basis van de onjuiste, te rooskleurige cijfers, is op 7 december 2006 door de hypotheekverstrekker een hypotheek op de woning verleend tot zekerheid tot terugbetaling van de lening van EUR 342.000. Na enige jaren bleek het echtpaar niet meer aan de maandelijkse hypotheekverplichtingen te kunnen voldoen en is hun huis in 2015 voor EUR 265.000 verkocht. De restschuld bedroeg meer dan een ton.

Het echtpaar besluit de hypotheekverstrekker te dagvaarden en vordert – kort gezegd – dat de hypotheekverstrekker haar zorgplicht jegens hen heeft geschonden door zonder enige controle van de financiële gegevens (en daarmee de draagkracht van het echtpaar) een te hoge hypotheek te verstrekken. De Hoge Raad oordeelt:

Op de hypotheekverstrekker rust, gezien haar maatschappelijke functie, een bijzondere zorgplicht die meebracht dat de hypotheekverstrekker aan het sluiten van de overeenkomst inlichtingen diende in te winnen over de inkomens- en vermogenspositie van het echtpaar teneinde overkreditering te voorkomen

De Hoge Raad geeft een stappenplan mede gebaseerd op de regels van Wet financiële dienstverlening (Wfd).

De zorgplicht van de bank om te waken voor overkreditering brengt mee dat:

  1. De consument over de resultaten van het onderzoek dient te worden geïnformeerd op zodanige wijze dat de consument kan beoordelen of hij de verplichtingen uit de kredietovereenkomst zou kunnen (blijven) dragen.
  2. De bank de consument voor wie de kredietverstrekking mogelijk niet verantwoord is, daarop moet wijzen en hem voor het daaraan verbonden risico dient te waarschuwen. Daarbij komt het aan op de ten tijde van de kredietverlening geldende inzichten over verantwoorde kredietverstrekking.
  3. De bank, als blijkt dat kredietverstrekking niet verantwoord is, het verschaffen van krediet dient te weigeren.

In deze zaak heeft de bank sterk geleund op de door de tussenpersoon aangeleverde gegevens zonder zelf een degelijk onderzoek te verrichten. Juist dat rekent de Hoge Raad de bank sterk aan. Op de kredietverstrekker rust een zelfstandige onderzoeksplicht waarvoor hij verantwoordelijkheid draagt. De bank dient dus zelf te verifiëren of er geen sprake is van overkreditering en dient indien nodig informatie in te winnen of aangeleverde gegevens te checken.

En de afloop in de zaak van dit echtpaar?

Het echtpaar krijgt gelijk. De Hoge Raad bevestigt het arrest van het Hof waarin werd bepaald dat de hypotheekverstrekker haar zorgplicht jegens het echtpaar heeft geschonden en gehouden is de daaruit voortvloeiende schade te vergoeden.


De transitievergoeding: betalen of wachten op actie werknemer?

Als een arbeidsovereenkomst eindigt of niet wordt verlengd op initiatief van de werkgever, dan heeft de werknemer in principe recht op betaling van een transitievergoeding. Werkgevers komen in dat kader voor de vraag te staan of zij die vergoeding uit…
01 november 2019

Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) is van tafel. Hoe krijg ik mijn project toch van de grond?

Het PAS is niet meer. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft daar op 29 mei 2019 korte metten mee gemaakt. De gevolgen voor plannen en projecten die effect hebben op de stikstofdepositie van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden –…
29 juli 2019

Inhouden (termijn)betalingen in de bouw door een professionele opdrachtgever, wanneer mag dat?

Wanneer tussen de aannemer en de opdrachtgever een geschil ontstaat tijdens de bouw is een opdrachtgever vaak geneigd om de (termijn)betalingen niet te voldoen. Daarmee beroep de opdrachtgever zich op een opschortingsrecht. Maar mogen de (termijn)betalingen wel tijdens de bouw…

Aanmelden nieuwsbrief

Ja, ik hoor het graag als Van Riet iets publiceert