Overgangsrecht wijzigingen Bouwbesluit per 1 januari 2015

Overgangsrecht wijzigingen Bouwbesluit per 1 januari 2015

Op 1 januari 2015 wordt het Bouwbesluit 2012 gewijzigd, waardoor onder meer de isolatie-eisen worden aangescherpt. Wat betekent dit voor aanvragen ingediend vóór 1 januari 2015 en wijzigingen op vóór 1 januari 2015 reeds vergunde aanvragen?

Aanvragen ingediend vóór 1 januari 2015

Een algemeen bestuursrechtelijk uitgangspunt is dat een bestuursorgaan het recht moet toepassen dat van kracht is op het moment dat een besluit wordt genomen. Dat brengt in beginsel met zich mee dat op een besluit op of na 1 januari 2015 op een aanvraag omgevingsvergunning die is ingediend vóór 1 januari 2015 de aangescherpte isolatie-eisen van toepassing zijn.

In artikel 9.1 lid 6 van het Bouwbesluit 2012 is echter bepaald dat op een aanvraag om een vergunning voor onder meer het bouwen, gedaan voor het tijdstip waarop een wijziging van het Bouwbesluit 2012 in werking treedt, alsmede met betrekking tot enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing omtrent een dergelijke aanvraag of melding, de voorschriften van het Bouwbesluit 2012 en de daarop berustende bepalingen van toepassing blijven, die golden op het tijdstip waarop de aanvraag werd gedaan.

Kortom, op vergunningsaanvragen die zijn ingediend vóór 1 januari 2015 zijn de aangescherpte isolatie-eisen niet van toepassing, ook niet indien er een bezwaar- of beroepsprocedure zou volgen.

Wijzigingen op of na 1 januari 2015 vergunde aanvragen

Op een aanvraag tot wijziging van een vóór 1 januari 2015 vergund bouwplan, die wordt ingediend op of na 1 januari 2015, zijn de verscherpte isolatie-eisen in beginsel wel van toepassing.

Deze regel lijdt uitzondering als de wijziging van ondergeschikte aard is. In dat geval wordt de wijziging geacht onderdeel uit te maken van de reeds verleende omgevingsvergunning.

Wat tot een wijziging van ondergeschikte aard wordt gerekend, wordt van geval tot geval beoordeeld. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat de volgende omstandigheden bij de beoordeling worden betrokken:

  • de aard en omvang van de wijzigingen, op zichzelf bezien en in relatie tot het bouwplan en de omgeving;
  • het al dan niet wijzigingen van de uiterlijke verschijningsvorm van het bouwplan;
  • de ruimtelijke uitstraling van de wijzigingen.

Voor beantwoording van de vraag of voor een aanvraag tot wijziging van een vóór 1 januari 2015 vergund bouwplan, dat wordt ingediend op of na 1 januari 2015, de verscherpte isolatie-eisen van toepassing zijn, is irrelevant of reeds met de uitvoering van het vergunde bouwplan is gestart. Zolang het bouwplan nog niet is voltooid, kan niet gesteld worden dat het rechtens verkregen niveau – veelal het niveau bestaande bouw – van toepassing is. Overigens wijst de praktijk uit dat bestuursorganen hieraan niet al te zwaar tillen.


Regels voor de franchisebranche…

Al enige tijd is er wetgeving voor de franchisebranche in de maak. Het concept – Wetsvoorstel “Wet Franchise” opgesteld door het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het ministerie van Justitie en Veiligheid ligt vanaf 12 december 2018 ter…
24 januari 2019

Overkreditering? Hypotheekverstrekkers opgelet. Aansprakelijkheid ligt op de loer

Dat banken een zorgplicht in acht dienen te nemen bij het verstrekken en het beëindigen van financiering is sinds het arrest Rabobank/Aarding uit 2003 (voor de liefhebber: Hof Arnhem 18 februari 2003) veelvuldig herhaald in de (lagere) jurisprudentie. Het aardige…
02 januari 2019

Overschrijding van statutaire bevoegdheid door VvE: besluit tot bijdrage is nietig

Gerechtshof Amsterdam 18 september 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3370 – Twee VvE’s in een winkelcentrum besluiten tot een bijdrage aan het in oude luister herstellen van een (gedempte) gracht. Deze gracht ligt op gemeentegrond. Eén van de eigenaars in een van de VvE’s…
01 november 2018

Aanmelden nieuwsbrief

Ja, ik hoor het graag als Van Riet iets publiceert