Nu ook een vaste formule voor ontslagvergoedingen in ambtenarenland!

De rechtspositieregelingen schrijven dwingend voor op welke gronden een ambtenaar kan worden ontslagen. Nagenoeg alle rechtspositieregelingen kennen de grond “ontslag op andere gronden”. Hierbij kun je denken aan verstoorde verhoudingen, vertrouwensbreuk of een onoplosbare impasse in de aanstelling. In veel rechtspositieregelingen is opgenomen, dat voor een ambtenaar een “passende regeling” moet worden getroffen, als hij op deze grond wordt ontslagen. De Centrale Raad van Beroep heeft op 28 februari jl. een formule vastgesteld om de hoogte van de vergoeding, die daarvan deel uitmaakt, te bepalen.

De Centrale Raad van Beroep heeft bepaald dat een passende regeling inhoudt, dat het bestuursorgaan in ieder geval een ontslaguitkering toekent die even hoog is als de WW-uitkering, aangevuld met de voor die ambtenaar geldende bovenwettelijke uitkering. Voor de vraag wat verder onder een passende regeling moet worden verstaan, is het aandeel van elk der partijen in het ontstaan en voortduren van de problemen die tot de ontstane situatie hebben geleid, bepalend. Hierbij gaat het niet om volledige vergoeding van de schade voortvloeiend uit het ontslag, maar om compensatie van het aandeel van het bestuursorgaan. De Centrale Raad van Beroep heeft herhaaldelijk geoordeeld dat het toepassen van de kantonrechtersformule niet voor de hand ligt, omdat ambtelijke rechtspositieregelingen veelal een ruimere compensatie bieden bij loonderving dan voor reguliere werknemers het geval is. Op welke wijze het aandeel moest worden berekend, was tot 28 februari 2013 dan ook koffiedik kijken. In twee uitspraken van 28 februari jl. komt de Centrale Raad met een formule.

De Centrale Raad houdt eraan vast, dat er sprake moet zijn van een overwegend aandeel van het bestuursorgaan in het ontstaan en voortduren van de problemen die tot de ontstane situatie hebben geleid. Als aan deze “drempelvoorwaarde” is voldaan, komt de formule aan bod. De formule luidt:

(A:2) x B x C

A = de duur van het dienstverband bij het desbetreffende bestuursorgaan (en diens directe rechtsvoorganger);

B = het bruto maandsalaris inclusief vakantietoeslag;

C = de weergave van de mate van het overwegend aandeel van het bestuursorgaan en is 0,5, 0,75 of 1, afhankelijk van de mate van het overwegend aandeel van het bestuursorgaan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar drie bandbreedten. Indien het bestuursorgaan 51 tot 65% heeft bijgedragen aan de ontstane situatie, bedraagt de factor 0,5. Als het aandeel ligt tussen 65 en 80% is de factor 0,75 en als het aandeel 80% of meer bedraagt correspondeert de factor met 1.

De Centrale Raad ziet in beginsel geen aanleiding andere factoren dan de mate van het overwegend aandeel van het bestuursorgaan mee te wegen, zoals kansen op de arbeidsmarkt, gezondheidstoestand en reputatieschade. Wel zet de Centrale Raad de deur op een kier door te bepalen dat hij niet uitsluit, dat een ambtenaar in voorkomende gevallen op andere wijze moet worden tegemoet gekomen door bijvoorbeeld het faciliteren van outplacement. Indien hiervan sprake is, mogen de kosten niet worden afgetrokken van de berekende vergoeding. Ook leidt het feit dat een ambtenaar als gevolg van maatregelen van het bestuursorgaan tijdelijk niet werkzaam is geweest maar wel salaris heeft ontvangen evenmin tot aftrek (uitzonderlijke omstandigheden daargelaten).

Een rekenvoorbeeld

Een ambtenaar is 12 jaar in dienst als hij wordt ontslagen, zijn salaris inclusief vakantiegeld ten tijde van het ontslag bedraagt € 4.000,= bruto. Het aandeel van het bestuursorgaan wordt geschat op meer dan 80%. De ontslagvergoeding van de ambtenaar bedraagt derhalve:

(12:2) x 4.000 x 1 = 24.000,00.

De ambtenaar kan aanspraak maken op een vergoeding ter grootte van € 24.000,= bruto.

Tot slot

De formule van de Centrale Raad roept nog wel een aantal vragen op, bijvoorbeeld zijn andere emolumenten dan de vakantietoeslag nog van belang voor de berekening van het bruto salaris en worden gedeeltelijke dienstjaren naar boven of beneden afgerond. Het voordeel van de formule van de Centrale Raad is dat de ‘plus’ bovenop de aanspraken gelijk aan de WW-uitkering en de bovenwettelijke uitkering beter voorspelbaar is, alhoewel over de mate van het overwegend aandeel van het bestuursorgaan nog voldoende discussie zal blijven bestaan. Juist daarom kan juridisch advies – indien sprake is van ontslag op andere gronden – waardevol zijn.


Tijdelijke Betalingsuitstelwet 2020; de oplossing tegen een domino aan faillissementen?

Inleiding Inmiddels heeft het coronavirus al wereldwijd zijn sporen achter gelaten. Ook in het bedrijfsleven is dat merkbaar. Noodgedwongen hebben veel bedrijven hun bedrijfsvoering (tijdelijk) drastisch moeten wijzigen of zelfs moeten staken. Hierdoor kunnen bedrijven problemen krijgen met de lopende…
04 augustus 2020

Omgevingsrechtelijke aspecten van hoogbouw – deel 2

De ruimte voor binnenstedelijke (her)ontwikkeling wordt schaarser. Vanwege de enorme woningbouwopgave wordt er daarom weer meer gekeken naar uitbreiding. Een alternatief is hoogbouw. Hoogbouw kent specifieke, omgevingsrechtelijke vraagstukken die bij andere projecten geen of een minder grote rol van betekenis…
06 juli 2020

Omgevingsrechtelijke aspecten van hoogbouw – deel 1

De ruimte voor binnenstedelijke (her)ontwikkeling wordt schaarser. Vanwege de enorme woningbouwopgave wordt er daarom weer meer gekeken naar uitbreiding. Een alternatief is hoogbouw. Hoogbouw kent specifieke, omgevingsrechtelijke vraagstukken die bij andere projecten geen of een minder grote rol van betekenis…
28 juni 2020

Aanmelden nieuwsbrief

Ja, ik hoor het graag als Van Riet iets publiceert