Huurder komt geen vergoeding van waardevermindering woning toe

De vraag of de verzoeker om planschadevergoeding een belanghebbende is bij de aanvraag komt regelmatig in de jurisprudentie terug, veelal indien de verzoeker een bedrijf is dat is ingebracht in of overgedragen aan een ander bedrijf. In de onderhavige zaak doet zich echter een andere situatie voor, namelijk dat een huurder van een woning om vergoeding vraagt van de waardevermindering van die woning ten gevolge van een planologische verandering.

Nadat burgemeester en wethouders van Gulpen-Wittem het verzoek afwijzen, maakt de huurder bezwaar. Dit bezwaar wordt ongegrond verklaard. Huurder stelt daartegen beroep in bij de rechtbank Maastricht (hierna: de rechtbank), die het beroep niet-ontvankelijk verklaart.

In hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) betoogt huurder dat de rechtbank, door te overwegen dat zij als huurder en bewoner van de woning geen rechtstreeks belang heeft bij de planologische verandering, heeft miskend dat volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling het begrip belanghebbende ruim moet worden uitgelegd. Onder verwijzing naar twee uitspraken van de Afdeling van 19 juli 2006 in de zaken met nrs. 200508584/1 (LJN AY4268) en 200510441/1 (LJN AY4259) voert huurder aan dat degene die een zakenrechtelijke of verbintenisrechtelijke relatie heeft met het perceel waarop een verzoek om vergoeding van planschade betrekking heeft, belanghebbende is bij het besluit op dat verzoek. Volgens huurder volgt uit deze rechtspraak dat onder meer pachters en huurders belanghebbende zijn bij een dergelijk besluit.

Dit betoogt faalt. De rechtbank heeft volgens de Afdeling met juistheid overwogen dat huurder als huurder en bewoner van de woning geen rechtstreeks belang heeft bij de planologische verandering. Daarbij is in aanmerking genomen dat alleen een eigenaar rechtstreeks in zijn belang kan worden getroffen door waardedaling van zijn woning ten gevolgen van een planologische verandering. Anders dan huurder betoogt, geven de uitspraken van 19 juli 2006 geen blijk van een andere rechtsopvatting, reeds omdat in die zaken geen vergoeding van planschade is gevraagd door een huurder van een woning, maar door een exploitant van gehuurde bedrijfsbebouwing onderscheidenlijk een pachter van grond en in die zaken vergoeding is gevraagd voor onder meer inkomens- en omzetschade.

LJN BU5429, zaak nr. 201104987/1/H2, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 23 november 2011


Ontbinding wegens verstoorde arbeidsverhouding ziekenhuis en arts; met toekenning billijke vergoeding van € 375.000,- bruto

Een arts wordt in augustus 2019 op non-actief gesteld nu zij gedurende een periode niet geregistreerd is geweest in het voor haar bedoelde verplichte register en er twijfels zijn of zij ooit BIG geregistreerd is geweest. Het ziekenhuis is daarnaast…
27 juni 2022

Het einde van de grondentrechter, maar voor welke zaken?

Sinds het Varkens in Nood-arrest van het Europese Hof van Justitie[1] wordt er ook in de Nederlandse rechtspraak een discussie gevoerd over de verruimde toegang tot de rechter. Deze discussie heeft zich onder andere gericht op (het verlaten van) de…
15 juni 2022

Hebben gemeenten een vinger in de pap bij de bouw van sociale huurwoningen?

De woningmarkt loopt over. Het aantal inwoners stijgt en door de oorlog in Oekraïne stijgt ook het aantal vluchtelingen in Nederland. Er bestaan lange wachtlijsten. Op het nieuws is regelmatig te zien dat asielzoekers hebben moeten slapen op stoelen in…

Aanmelden nieuwsbrief

Ja, ik hoor het graag als Van Riet iets publiceert