Geen onbehoorlijk bestuur, toch privé-aansprakelijkheid voor de bestuurder?

Geen onbehoorlijk bestuur, toch privé-aansprakelijkheid voor de bestuurder?

Vroeger was het leven voor een bestuurder overzichtelijk. Je was bestuurder van een vennootschap en daarom in beginsel niet aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap, tenzij er – kort gezegd – sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur (in de volksmond wanbeleid), een misleidende jaarrekening of de situatie dat de vennootschap verplichtingen aanging, terwijl je als bestuurder wist dat die verplichtingen niet konden worden nagekomen (Beklamel). Een beetje rechtschapen bestuurder kon dus niet zoveel gebeuren.

Die situatie is sinds het zogeheten Spaanse villa-arrest (HR 23 november 2012, LJN BX5881) onduidelijker geworden. In dat arrest introduceerde de Hoge Raad een aanvullende aansprakelijkheidsnorm voor bestuurders, die berust op een van de taakuitoefening als bestuurder losstaande zorgvuldigheidsnorm. Oftewel: je kunt onder omstandigheden als bestuurder aansprakelijk zijn, los van je bestuurstaak. Dat klinkt complex, en dat is het ook. Gelukkig ging het in het Spaanse villa-arrest slechts om de aansprakelijkheid van een makelaar – naast de aansprakelijkheid van de BV van de makelaar. Omdat een makelaar een bijzonder beroep heeft, heeft hij als deskundige bepaalde kennis en vaardigheden, en mag van hem meer worden verwacht dan van een doorsnee persoon. Als een makelaar niet handelt zoals van een makelaar mag worden verwacht (de zorgvuldigheidsnorm waaraan een makelaar dient te voldoen), dan kan hij aansprakelijk zijn. So far, so good: we weten dat curatoren, advocaten, makelaars, accountants, artsen, taxateurs en andere deskundigen met een bijzonder beroep onder omstandigheden aansprakelijk kunnen zijn als zij fouten maken. Tot zover konden bestuurders die geen deel uitmaken van een bijzondere beroepsgroep, nog steeds rustig gaan slapen.

Echter, deze aanvullende aansprakelijkheidsnorm dreigt nu verder door te sijpelen naar andere bestuurders, ook naar bestuurders die geen speciaal beroep uitoefenen. Zo is recent door de Rechtbank Zwolle (Rb. Overijssel, 26 augustus 2015, NJF 2015/516) een zaak behandeld, waarin bestuurders van een vastgoed-BV door een bank privé aansprakelijk werden gehouden, omdat er in een leegstaand bedrijfspand zonder hun medeweten door derden een hennepkwekerij was geëxploiteerd, waardoor schade aan het pand was ontstaan. Op het bedrijfspand rustte een hypotheekrecht van de bank, die vanwege de schade een lagere opbrengst uit het pand verkreeg dan zij had gehoopt. De bank wenste deze schade op de bestuurders te verhalen en stelde daarbij dat de bestuurders hun taken onbehoorlijk hadden vervuld (de good old onbehoorlijke taakvervulling), maar ook dat zij een op hun persoonlijk rustende zorgvuldigheidsnorm hadden geschonden, oftewel de aansprakelijkheidsnorm uit het Spaanse Villa-arrest.

Nu hadden de bestuurders, anders dan de makelaar uit het Spaanse Villa-arrest, geen bijzonder beroep, dus een eerste oppervlakkige beschouwing zou mogelijk tot de conclusie kunnen leiden dat die laatste stelling van de bank kant noch wal raakte. Maar niets is minder waar. De rechtbank ging serieus in op de stellingen van de bank hieromtrent en stelde dat bestuurders inderdaad ook kunnen handelen in strijd met een op hun persoonlijk rustende zorgvuldigheidsnorm, die losstaat van hun bestuurstaak. En daar gaan we weer: je kunt, aldus de rechtbank, onder omstandigheden als bestuurder aansprakelijk zijn, los van je bestuurstaak. Gelukkig liep het voor de bestuurders goed af, omdat de bank niet kon onderbouwen:

  • dat er sprake was van onachtzaamheid
  • het niet duidelijk was wie de hennepkwekerij had geëxploiteerd en
  • welke handelingen de bestuurders hadden moeten verrichten om te voorkomen dat in het pand een hennepkwekerij zou worden geëxploiteerd.

Als de bank haar stellingen evenwel wat steviger had onderbouwd (je kunt je namelijk best wel voorstellen dat er voorzorgsmaatregelen te treffen zijn tegen een ongewenste hennepkwekerij), dan had het voor de bestuurders wellicht anders af kunnen lopen. Mogelijk had de rechtbank dan geoordeeld dat de bestuurders de op hen rustende persoonlijke zorgvuldigheidsnorm hadden geschonden, terwijl zij als bestuurders hun taken niet onbehoorlijk hadden vervuld. Daar sta je dan als bestuurder: onvrijwillig worden geconfronteerd met criminelen die een hennepkwekerij hebben geëxploiteerd, en dan ook nog eens privé opdraaien voor de schade die zij hebben veroorzaakt.

Dit voorbeeld laat maar zien dat het terrein van bestuurdersaansprakelijkheid diffuus is geworden. Eerlijk gezegd denk ik niet dat dat wenselijk is. Immers, als bestuurders op een andere grond dan die van de Beklamel-norm of de onbehoorlijke taakvervulling aansprakelijk kunnen zijn en die andere grond ook nog eens heel algemeen geformuleerd wordt als een persoonlijke zorgvuldigheidsnorm, dan zouden bestuurders wel eens veel vaker persoonlijk aansprakelijk gesteld kunnen worden. Als je daarbij bedenkt dat bestuurders tegenwoordig toch al onder vuur liggen, dan begin je je bijna af te vragen wie er nog bestuurder wil worden van een onderneming. En dat terwijl we juist in deze tijden van ontluikend economisch herstel ondernemers hard nodig hebben!


Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) is van tafel. Hoe krijg ik mijn project toch van de grond?

Het PAS is niet meer. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft daar op 29 mei 2019 korte metten mee gemaakt. De gevolgen voor plannen en projecten die effect hebben op de stikstofdepositie van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden –…
29 juli 2019

Inhouden (termijn)betalingen in de bouw door een professionele opdrachtgever, wanneer mag dat?

Wanneer tussen de aannemer en de opdrachtgever een geschil ontstaat tijdens de bouw is een opdrachtgever vaak geneigd om de (termijn)betalingen niet te voldoen. Daarmee beroep de opdrachtgever zich op een opschortingsrecht. Maar mogen de (termijn)betalingen wel tijdens de bouw…

Werknemer niet beter af bij wetsvoorstel ‘Overgang van onderneming in Faillissement’

Deze week is het wetsvoorstel ‘Overgang van onderneming in Faillissement’ voorgelegd. Doel van het wetsvoorstel is om de positie van werknemers bij een doorstart in faillissement te verbeteren. Dat klinkt sympathiek. Maar of de regeling uiteindelijk gunstig uitpakt? Dat dient…

Aanmelden nieuwsbrief

Ja, ik hoor het graag als Van Riet iets publiceert