Artikel 2.10 lid 2 Wabo: beperkte weigeringsmogelijkheid

Op 21 september 2011 heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad (hierna: de rechtbank) een uitspraak (LJN: BT2563) gedaan waarin, voorzichtig gezegd, een bijzonder standpunt is ingenomen op de vraag of de wetgever heeft bedoeld dat een omgevingsvergunning voor het bouwen ex artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) slechts geweigerd kan worden indien afwijking van het bestemmingsplan niet mogelijk is in plaats van niet gewenst. In het hiernavolgende zal ik daarop ingaan.

Eisers heeft op 4 mei 2010 een aanvraag om een lichte bouwvergunning ingediend bij burgemeester en wethouders van Zwartewaterland voor het plaatsen van een schuur aan de voorzijde van zijn perceel. Het aangevraagde bouwplan is in strijd met het ter plaatse geldende bestemming. Bij besluit van 5 juli 2010 hebben b en w medegedeeld niet mee te willen werken aan het verlenen van ontheffing op grond van artikel 3.23 van de (oude) Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de gevraagde bouwvergunning geweigerd.

Op 10 januari 2011 heeft eiser een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor hetzelfde bouwwerk, op dezelfde locatie. B en w hebben die aanvraag op grond van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) afgewezen, omdat eiser met betrekking tot deze aanvraag geen nieuwe feiten en omstandigheden ten opzichte van de aanvraag van 4 mei 2010 heeft vermeld.

Eiser is het hiermee oneens en maakt bezwaar. Aangezien het bezwaar ongegrond wordt verklaard, stelt eiser beroep in bij de rechtbank. De rechtbank overweegt daarop dat onder meer in haar uitspraak van 10 augustus 2005 (LJN: AU0764) de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft overwogen dat uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 4:6 Awb blijkt dat deze bepaling niet van toepassing is in de situatie dat het recht wordt gewijzigd. Gelet hierop acht de rechtbank met betrekking tot het onderhavige geschil van belang dat op 1 oktober 2010 de Wabo en het Besluit omgevingsrecht (Bor) in werking zijn getreden. Die inwerkingtreding heeft tot gevolg dat thans sprake is van een andere vergunning die aangevraagd wordt, die berust op andere wettelijke grondslag, zodat geen sprake is van een herhaalde aanvraag en artikel 4:6 Awb reeds hierom toepassing mist. In zoverre is de uitspraak niet verrassend te noemen.

De rechtbank overweegt verder dat bovendien sprake is van nieuw recht, omdat de inwerkingtreding van de Wabo en de Bor tot gevolg hebben dat de mogelijkheden om van het bestemmingsplan af te wijken, zijn gewijzigd ten opzichte van voorheen geldende mogelijkheden om ontheffing te verlenen van het bestemmingsplan. Ook in zoverre is de uitspraak niet bijzonder verrassend te noemen.

Maar dan komt het. De rechtbank overweegt tevens dat in artikel 2.10 lid 2 van de Wabo is bepaald, dat de vergunning slechts geweigerd wordt als vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 niet mogelijk is. Ik citeer:

“Hoewel het de vraag is of de wetgever het ook zo heeft bedoeld, lijkt deze formulering te wijzen op een beperktere weigeringsmogelijkheid dan voorheen, toen verweerder een grote vrijheid had om al dan niet ontheffing te verlenen. De rechtbank leidt hieruit af dat bij weigering van een omgevingsvergunning gemotiveerd moet worden waarom afwijking van het bestemmingsplan niet mogelijk is, in plaats van – alleen maar – niet wenselijk.”

Beoordeling

Omdat de uitspraak er niet blijk van geeft dat de wetsgeschiedenis is bestudeerd om te bezien of de wetgever met artikel 2.10 lid 2 Wabo de bedoeling heeft gehad de discretionaire bevoegdheid van het bevoegd gezag uit te hollen, heb ik dat – kort – gedaan.

In artikel 2.11 lid 2 Wabo is expliciet vermeld dat “indien dat door toepassing van artikel 2.12 mogelijk is” in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden geen bouwwerken zijnde, in strijd met het bestemmingsplan, wordt verleend. Deze formulering is aanmerkelijk zachter dan artikel 2.10 lid 2 Wabo. Aangezien in kamerstukken (Kamerstukken II 2010-2011, 32 844, nr. 3, pagina 3) tot tweemaal toe is opgemerkt dat artikel 2.11 lid 2 Wabo een soortgelijke bepaling bevat als artikel 2.10 lid 2, kan reeds hieruit worden afgeleid dat de wetgever niet heeft bedoeld de discretionaire bevoegdheid van het bevoegd gezag te beperken.

Daar blijft het echter niet bij. In de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 2008-2009, 31 953, nr. 3, onder meer pagina 136) is namelijk ook herhaaldelijk opgemerkt dat in artikel 2.10 lid 2 Wabo een ter vervanging van artikel 46 lid 3 van de Woningwet (Ww) strekkende bepaling is opgenomen. Aangezien daarop juist de rechtspraak is gevolgd dat het bevoegd gezag in belangrijke mate de discretionaire bevoegdheid heeft om al dan niet vrijstelling of ontheffing te verlenen, kan ik niet anders concluderen dan dat de wetgever met artikel 2.10 lid 2 Wabo niet te kennen heeft willen geven een beperktere weigeringsmogelijkheid in te willen voeren. Integendeel.

Conclusie

Gelet hierop mag worden aangenomen dat sprake is van een eenmalige fout van de rechtbank, die niet zal worden herhaald of overgenomen door andere rechtbanken of zelfs de Afdeling. Dat is jammer, want het zou het aantal te verlenen omgevingsvergunningen met ontheffing aanmerkelijk doen toenemen, hetgeen in het huidige economische tij een goed duwtje in de rug van de bouw zou zijn.


Ontbinding wegens verstoorde arbeidsverhouding ziekenhuis en arts; met toekenning billijke vergoeding van € 375.000,- bruto

Een arts wordt in augustus 2019 op non-actief gesteld nu zij gedurende een periode niet geregistreerd is geweest in het voor haar bedoelde verplichte register en er twijfels zijn of zij ooit BIG geregistreerd is geweest. Het ziekenhuis is daarnaast…
27 juni 2022

Het einde van de grondentrechter, maar voor welke zaken?

Sinds het Varkens in Nood-arrest van het Europese Hof van Justitie[1] wordt er ook in de Nederlandse rechtspraak een discussie gevoerd over de verruimde toegang tot de rechter. Deze discussie heeft zich onder andere gericht op (het verlaten van) de…
15 juni 2022

Hebben gemeenten een vinger in de pap bij de bouw van sociale huurwoningen?

De woningmarkt loopt over. Het aantal inwoners stijgt en door de oorlog in Oekraïne stijgt ook het aantal vluchtelingen in Nederland. Er bestaan lange wachtlijsten. Op het nieuws is regelmatig te zien dat asielzoekers hebben moeten slapen op stoelen in…

Aanmelden nieuwsbrief

Ja, ik hoor het graag als Van Riet iets publiceert