3 stappen tot verhaal van een vordering op een bestuursorgaan

3 stappen tot verhaal van een vordering op een bestuursorgaan

Indien een bestuursorgaan – vaak B&W van een willekeurige gemeente – door de bestuursrechter wordt veroordeeld tot betaling van bijvoorbeeld de proceskosten die aan de zijde van de wederpartij zijn gemaakt, dan wordt van dat bestuursorgaan verwacht dat voor betaling zorg draagt. Maar wat te doen als dat niet gebeurt? Hieronder het stappenplan.

Stap 1

Stuur een brief aan het bestuursorgaan met het (dringende) verzoek om binnen een redelijke termijn van bijvoorbeeld twee weken voor betaling zorg te dragen.

In bijna alle gevallen geven bestuursorganen gevolg aan dit verzoek; veelal meteen, soms na een herinnering.

Uiteraard kan ook direct naar een deurwaarder worden gestapt met het verzoek tot betekening en executie van de uitspraak over te gaan, maar waarom zou je die kosten maken als dit vermeden kan worden.

Stap 2

Betaalt het bestuursorgaan niet op eerste verzoek dan wel na een herinnering, dan zal de uitspraak van de bestuursrechter aan het bestuursorgaan betekend moeten worden met de aanzegging tot executie daarvan.

In artikel 430, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is onder meer bepaald dat alleen de grossen van in Nederland gewezen vonnissen en van beschikkingen van de Nederlandse rechter in geheel Nederland ten uitvoer kunnen worden gelegd. Een grosse is in dit geval een gewaarmerkt authentiek afschrift van een rechterlijke uitspraak.

In het tweede lid van artikel 430 Rv is bepaald dat deze grossen aan het hoofd de woorden dienen te voeren: In naam van de Koning.

Omdat van de overheid wordt verwacht dat zij betaalt als zij daartoe gehouden is, zeker wanneer hiertoe een uitspraak is gedaan, zijn uitspraken van de bestuursrechter standaard niet in executoriale vorm opgemaakt en ontbreken daarop de woorden: In naam van de Koning.

Stuur dan ook een brief aan de bestuursrechter met het verzoek om de grosse te verstrekken.

Stap 3

Is de grosse binnen, dan kan de deurwaarder worden verzocht deze te betekenen aan het bestuursorgaan met de aanzegging om binnen bijvoorbeeld drie dagen alsnog voor vrijwillige betaling zorg te dragen. Gebeurt dat niet, dan kan tot executie worden overgegaan.

Let wel, er kan geen beslag worden gelegd op goederen, bestemd voor openbare dienst. Dit is in artikel 436 Rv bepaald. Welke goederen bestemd zijn voor openbare dienst, is echter niet duidelijk aan te geven. Welke goederen dat niet zijn, evenmin. De deurwaarder kan hierin een adviserende rol spelen.

Desalniettemin gebeurt het maar al te vaak dat toch beslag wordt gelegd op goederen die bestemd zijn voor de openbare dienst, zoals gebouwen maar ook gelden op bankrekeningen. In dat geval kan de publiekrechtelijke rechtspersoon de voorzieningenrechter vragen het beslag op te heffen. Als echter vanwege kennelijke betalingsonwil een beroep wordt gedaan op artikel 436 Rv, dan maakt de publiekrechtelijke rechtspersoon zich schuldig aan misbruik van recht. Van een overheidslichaam mag namelijk worden verwacht dat zij een uitspraak respecteert en deze door spoedige betaling naleeft, aldus de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden in een uitspraak van 27 mei 2009.

Tot slot

Met de betekening en executie van een uitspraak, of die van de bestuursrechter is of niet, zijn kosten gemoeid.

Volgens vaste rechtspraak bevatten artikel 8:75 van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht een exclusieve regeling van de proceskostenveroordeling. De kosten van een deurwaarder vallen hier niet onder. Gelet op het wettelijk stelsel lijken die kosten evenmin voor vergoeding in aanmerking te komen indien hiertoe ingevolge titel 8.4 van de Awb een zelfstandige verzoekschriftprocedure bij de bestuursrechter wordt gestart.

Is de proceskostenveroordeling hoog of moet een bestuursorgaan ook dwangsommen betalen, dan zijn die kosten geen reden om van betekening en executie af te zien. Echter, als een proceskostenveroordeling laag is, dan kunnen die extra kosten juist een reden worden voor de wederpartij om niet door te zetten. In dat geval komt een bestuursorgaan ermee weg dat hij niet betaalt. Dat lijkt mij geen goede zaak.

Hierin moet dan ook alsnog worden voorzien. En, als de overheid dan toch bezig is, dan stel ik tevens voor dat die regeling voorziet in een vergoeding voor:

  • de nakosten voor werkzaamheden die worden verricht na de uitspraak, zoals het doornemen van de uitspraak en de correspondentie met zowel de schuldeiser als de schuldenaar over de uitspraak; en
  • de wettelijke rente over de proceskostenvergoeding en het griffierecht indien niet binnen een redelijke termijn van 14 dagen na de uitspraak tot betaling is overgegaan.

In civiele procedures is dit immers gebruik.


Tijdelijke Betalingsuitstelwet 2020; de oplossing tegen een domino aan faillissementen?

Inleiding Inmiddels heeft het coronavirus al wereldwijd zijn sporen achter gelaten. Ook in het bedrijfsleven is dat merkbaar. Noodgedwongen hebben veel bedrijven hun bedrijfsvoering (tijdelijk) drastisch moeten wijzigen of zelfs moeten staken. Hierdoor kunnen bedrijven problemen krijgen met de lopende…
04 augustus 2020

Omgevingsrechtelijke aspecten van hoogbouw – deel 2

De ruimte voor binnenstedelijke (her)ontwikkeling wordt schaarser. Vanwege de enorme woningbouwopgave wordt er daarom weer meer gekeken naar uitbreiding. Een alternatief is hoogbouw. Hoogbouw kent specifieke, omgevingsrechtelijke vraagstukken die bij andere projecten geen of een minder grote rol van betekenis…
06 juli 2020

Omgevingsrechtelijke aspecten van hoogbouw – deel 1

De ruimte voor binnenstedelijke (her)ontwikkeling wordt schaarser. Vanwege de enorme woningbouwopgave wordt er daarom weer meer gekeken naar uitbreiding. Een alternatief is hoogbouw. Hoogbouw kent specifieke, omgevingsrechtelijke vraagstukken die bij andere projecten geen of een minder grote rol van betekenis…
28 juni 2020

Aanmelden nieuwsbrief

Ja, ik hoor het graag als Van Riet iets publiceert